Symptomen

Klachten en symptomenKlachten en symptomen neuropathie

 

  1. Sensorische neuropathie;
  2. Motorische neuropathie;
  3. Autonome neuropathie ;
  4. Overige klachten.

 

 

 

1. Sensorische neuropathie

Sensorische zenuwen zorgen er onder meer voor dat we pijn en temperatuur kunnen voelen. Als deze zenuwen zijn beschadigd kan dat neuropathische pijn (zenuwpijn) veroorzaken. Normaal gesproken heeft pijn het doel om ons te waarschuwen dat er iets mis is met ons lichaam. Pijn heeft dus een functie: het alarm gaat af zodra weefsel beschadigd raakt. Deze functie ontbreekt bij zenuwpijn. Neuropathische pijn dient geen enkel doel.

De belangrijkste symptomen van sensorische neuropathie zijn:

  • een verdoofd gevoel  in de voeten en benen en/of handen en voeten; prikkelingen en een brandend gevoel;
  • snijdende pijn en krampen
  • overgevoeligheid voor aanraking;
  • ulcera (voetwonden doordat pijn niet wordt gevoeld ontstaan makkelijk slecht genezende blaren en geïnfecteerde wondjes).

Deze klachten worden veroorzaakt doordat zowel de dunne als de dikke zenuwvezels zijn aangetast. De dunne vezels zijn verantwoordelijk voor het waarnemen van pijn en temperatuur. De dikke vezels registreren bijvoorbeeld trillingen en aanrakingen.

1.1. Dunne vezels

Symptomen beschadigde dunne zenuwvezels

Symptomen beschadigde dunne zenuwvezels

Dunne zenuwvezels liggen vlak onder de huid. Als deze stuk zijn, leidt dat vaak tot zenuwpijn. Neuropathische pijn wordt vaak omschreven als een brandende, stekende, schurende, of schietende pijn. Meestal treedt de pijn vooral op in de voeten en onderbenen. Zenuwpijn is meestal chronisch en kan voortdurend aanwezig zijn. Bij veel mensen worden de klachten ‘s avonds of ‘s nachts erger. Ook hevige pijnaanvallen en onverwachte pijnscheuten komen voor. De beschadigde zenuwen lijken dan ‘spontaan’ op hol te slaan. Maar in werkelijkheid ontladen ze plotseling. Die ontladingen worden gevoeld als een hevige, schietende pijn.

Allodynie

Perifere sensorische neuropathie kan zorgen voor overgevoeligheid voor aanraking. Dit heet allodynie en ontstaat doordat de zenuwen normale prikkels niet goed meer verwerken. Prikkels van buitenaf die door gezonde mensen niet eens worden opgemerkt, veroorzaken pijn als er sensorische neuropathie in het spel is. Sommige mensen met perifere neuropathie kunnen zelfs geen aanraking van een laken of sok verdragen.

Hyperalgesie en dysesthesie

Ook hyperalgesie is een symptoom: lichte pijnprikkels veroorzaken dan een intense pijn. Een bekend voorbeeld is lopen over kiezelsteentjes. Voor de meeste mensen geen probleem. Voor mensen met perifere neuropathie soms bijzonder pijnlijk. Overactieve pijnreceptoren zijn hiervan de oorzaak.

Bij ‘dysesthesie’ is de gevoeligheid van de huid veranderd. Dit kan leiden tot ‘vreemde gevoelens’. Deze kunnen worden ervaren als pijnlijk of vreemd, zoals het gevoel ‘kippenvel’ te hebben aan de binnenkant van de huid of beestjes onder de huid te voelen.

1.2. Dikke vezelsBeschadigde dunne vezel

Dikke zenuwvezels worden net als de meeste dunne zenuwvezels, omringd door een beschermend laagje: de myelineschede. Myeline dient als isolatiemateriaal waardoor prikkels sneller kunnen worden overgedragen totdat ze uiteindelijk bij de juiste cel aankomen. Alleen de allerdunste vezels moeten het zonder myelineschede doen.

 Klachten

Soms is bij sensorische neuropathie het axon (de zenuwvezel) zelf aangedaan. Maar vaker is ‘demyelinisatie’ het probleem. De myelineschede brokkelt af. Daardoor wordt de zenuw niet langer geïsoleerd en beschermd. Daardoor neemt het gevoel af. Prikkels worden niet (goed) meer waargenomen en tintelingen treden op. Deze symptomen beginnen vaak in de voeten en veroorzaken daar ook de meeste problemen. Een wondje (of speldenprik) in de voet wordt dan niet (goed) meer waargenomen. In plaats daarvan voelen de voeten ‘verdoofd’ aan. Veel mensen ervaren dit gevoel als vervelend; het doet denken aan een verdoving bij de tandarts. Andere patiënten vergelijken het met door de sneeuw lopen.

Bij perifere  neuropathie ontstaan langzamerhand problemen in de fijne motoriek. Het open- en dichtknopen van kleding wordt lastig. Of een draad door het oog van een naald zien te krijgen. Soms gaat ook het schrijven moeilijker, of wordt het handschrift slechter leesbaar.

Doordat de dikke zenuwvezels minder goed hun werk kunnen doen, kan lopen lastig worden. In een aantal gevallen krijgen mensen last van een wankele tred. Ook stilstaan kan pijnlijk worden.

Mild progressief

Bovenstaande klachten sluipen meestal ongemerkt iemands leven in. De problemen verergeren vaak dusdanig langzaam, dat men zich als vanzelf aanpast. Toch kan de kwaliteit van leven door perifere neuropathie ernstig worden aangetast. Maar veel mensen kunnen ondanks hun neuropathie een prettig leven leiden.

1.3. Dunne en dikke vezels: anaesthesia dolorosa – geen gevoel en toch pijn

Niet zelden treden in hetzelfde lichaamsdeel, naast een verdoofd gevoel, gelijktijdig pijnklachten op. Veel mensen begrijpen niet hoe ‘verdoving’ en ‘pijn’ op het zelfde moment kunnen worden gevoeld. Toch is dit goed verklaarbaar. Er is zelfs een naam voor: anaesthesia dolorosa (latijn voor: verdoving die doet lijden). Er wordt pijn mee bedoeld in een lichaamsdeel dat gevoelloos is voor externe prikkels. De oorzaak van dit verschijnsel ligt in de verschillende soorten zenuwen die aangedaan zijn. De beschadigde dunne zenuwvezels zijn verantwoordelijk voor de pijn. En de schade aan de dikke vezels zorgt voor gevoelloosheid.

2. Perifere motorische neuropathie

Motorische zenuwen zijn verantwoordelijk voor het aansturen van de spieren. Als deze zenuwen beschadigd raken is een afname van de spierkracht in armen en benen het gevolg. Langzaam maar zeker worden de spieren dunner en verdwijnt een aantal neurologische reflexen:

  • afnemende spierkracht;
  • verminderde reflexen;
  • problemen met balans en motoriek;
  • voetdeformaties.

Spieren kunnen verlamd raken doordat ze geen impulsen meer ontvangen van de motorische zenuwen. Op termijn verdwijnt het vermogen om op de hielen te kunnen staan en wordt het moeilijker om langdurig te staan, trappen te beklimmen, of grote afstanden te lopen.

 

3. Perifere autonome neuropathie

Autonome zenuwen zorgen voor allerlei ‘onbewuste en automatische lichaamsfuncties’ zoals transpireren, speekselvorming, de ademhaling en de spijsvertering. Autonome neuropathie is een apart ziektebeeld met specifieke klachten die niet passen bij een perifere neuropathie. Wel lopen in de perifere motorische en sensorische zenuwen ook autonome zenuwvezels mee. Daardoor worden mensen met perifere neuropathie soms ook gehinderd door klachten die passen bij autonome neuropathie. Voorbeelden van deze symptomen zijn :

  • gezwollen warme voeten en/of tenen;
  • kloven en barstjes in de huid (gestoorde hydratatie van de huid);
  • vermoeidheid.

Autonome neuropathie komt met name voor bij mensen met diabetes. Zij kunnen dan te maken krijgen met symptomen als:

  • duizeligheid en een verstoord hartritme;
  • incontinentie (urine/stoelgang);
  • seksuele disfuncties (droge vagina/erectieproblemen).

Meer informatie  over autonome neuropathie vind je op de pagina over diabetische neuropathie.

 

4. Overige klachtenCharcotvoet

4.1. Charcotvoet

Perifere motorische neuropathie kan leiden tot voetvervormingen. Vaak komen zogenoemde hamer- en klauwtenen voor. Daarnaast kan een zogenaamde ‘Charcotvoet’ ontstaan. Deze ontleent zijn naam aan Jean-Martin Charcot: een Franse arts en een grondlegger van de neurologische wetenschap. Hij omschreef deze specifieke voetvervorming voor het eerst.

Kenmerken

Bij een Charcotvoet worden de voeten holler en de wreef hoger. Doordat de spierkracht in de voeten afneemt, verloopt de samenwerking tussen de de spieren en botjes minder goed. Vergroeiingen zijn
dan het gevolg. Patiënten gaan meer op de buitenkant van hun voeten lopen en struikelen sneller. Ook ontstaan makkelijk verzwikkingen en botbreuken. Om deze narigheid voor te zijn, moet op tijd de overstap naar orthopedische schoenen worden gemaakt. Die kunnen vervormingen afremmen en breuken en verzwikkingen voorkomen.

De charcotvoet wordt vaak aangetroffen bij mensen met een erfelijke variant van neuropathie. Het gaat dan om CMT (in Nederland vaak HMSN genoemd). In uitzonderlijke gevallen kan ook diabetes de boosdoener zijn (minder dan 0.5% van de mensen met diabetes krijgt hiermee te maken). Door een verstoorde bloedsomloop (ten gevolge van beschadigde autonome zenuwen) gaat de voet zwellen – niet zelden na een lichte blessure – en voelt deze warmer aan. Als deze symptomen zich plotseling voordoen – een acute charcotvoet genoemd – is snel handelen geboden om (verdere) voetvervormingen te voorkomen. Vaak worden dan gipsbehandelingen ingezet. Daarover meer op de pagina over behandeling van perifere neuropathie.

 

4.2. SpierkrampenKramp Neuropathie

Spierkrampen zijn een veel voorkomend symptoom bij mensen met perifere (motorische) neuropathie. Meestal duren ze enkele minuten, maar ze kunnen ook langer aanhouden. Of een terugkerend symptoom worden. Naast pijn is vaak ook een slechte nachtrust het gevolg van veel kramp. Met chagrijn en slaperigheid als de onvermijdelijke bonus.

Overigens zijn spierkrampen geen standaard symptoom van perifere neuropathie. Zo is bijvoorbeeld een verband met diabetische neuropathie nooit wetenschappelijk vastgesteld. Krampen kunnen ook gewoon het gevolg zijn van overbelasting van de spieren

Oorzaken

Als er een verband is met perifere neuropathie, kunnen allereerst slecht functionerende motorische zenuwen de boosdoener zijn. Ook kan er iets niet in orde zijn in de spieren zelf.

Ten tweede kunnen voetdeformaties een rol spelen- door de afwijkende stand van de voeten, moeten de spieren te hard werken.

Tot slot kunnen slecht werkende aderen (mede) de oorzaak zijn. Dit wordt vaak gezien bij mensen met diabetes. De oorzaak moet dan worden gezocht in zuurstoftekort in de benen en niet zozeer in de neuropathie.

In tegenstelling tot neuropathische kramp– die vaak optreedt in rust – verdwijnt kramp door aderproblemen juist als mensen even pauzeren. Vandaar dat deze specifieke kramp wordt omschreven als etalagebenen.

4.3. Ontstoken voetwonden (ulcera)

Mensen met perifere neuropathie lopen verhoogd risico op ulcera. Dit zijn wonden (‘voetzweren’) die ontstaan doordat bijvoorbeeld een blaar of drukplek geïnfecteerd raakt. Eenmaal geïnfecteerd, kan een klein wondje dan snel uitgroeien tot een lastig behandelbaar probleem.

Oorzaken

Mensen met perifere neuropathie en/of diabetes ( in het bijzonder mannen van middelbare leeftijd of ouder) krijgen sneller last van geïnfecteerde wonden aan de voeten of onderbenen. Doordat de sensorische zenuwen in deze lichaamsdelen niet goed meer functioneren, vermindert het gevoel. Wondjes en drukplekken worden dan niet meer opgemerkt en makkelijk veronachtzaamd.

Een tweede punt is dat sommige mensen met perifere neuropathie kampen met vergroeide voeten. Daardoor ontstaat snel eeltvorming met als gevolg kloven en likdoorns die kunnen gaan ontsteken.

Bij diabetische neuropathie speelt nog een ander probleem. Diabetici krijgen nogal eens te maken met vernauwingen van de kleine bloedvaten die de zenuwen van zuurstof moeten voorzien. Hierdoor kan de genezing van wondjes ernstig worden belemmerd.

Gevolgen

Verwaarloosde infecties kunnen de patiënt zo ziek maken dat amputatie noodzakelijk wordt. Zelfs overlijden komt voor. Gelukkig kan dit worden voorkomen door dagelijkse controle en grondige verzorging van je voeten. Zolang er geen wondjes zijn is het noodzakelijk je voeten iedere dag te verzorgen met bijvoorbeeld uierzalf of een goedkope hydraterende crème. Verder wordt aangeraden tenminste eens in de zes weken een in diabetische/neuropathische voeten gespecialiseerde pedicure of podoloog te bezoeken.

Goed passend (zo nodig: orthopedisch) schoeisel is bijzonder belangrijk. Niet alleen om voldoende steun aan de voeten te geven, maar ook om drukplekken en blaren te voorkomen.

Behandeling

Al dan niet geïnfecteerde wonden aan de voet, kunnen op verschillende manieren worden behandeld. Altijd zal het erom gaan om de wond te desinfecteren. Een infectie kan de kop worden ingedrukt met antibiotica (met pillen of via een infuus). Soms wordt de voet in het gips gezet om wrijving of druk uit te sluiten. In ernstige gevallen kan chirurgisch ingrijpen nodig zijn.

Genezing kan maanden duren. Maar liever dat, dan een aantasting van omliggend weefsel of het bot.

Reacties zijn gesloten.