Diabetische neuropathie

Diabetische neuropathie

 

  1. Definitie en aantallen;
  2. Ziektebeeld en klachten;
  3. Autonome neuropathie;
  4. Oorzaken;
  5. Ulcera: onstoken wonden aan voet en onderbeen;
  6. Behandeling.

 

1. Definitie en aantallen

We spreken van diabetische neuropathie als:

– iemand diabetes heeft (volgens de normen van de Wereld Gezondheidsraad);
– de ernst en aard van de neuropathische klachten overeenstemmen met de ernst van de diabetes;
– er geen andere oorzaken van neuropathie worden gevonden.

Soms is niet duidelijk waar de neuropathie door is ontstaan. Ook overmatig alcoholgebruik; chemotherapie of een infectieziekte als hiv, kunnen  een rol spelen. We spreken dan van een ‘gemengd beeld’.

Aantal mensen met diabetische neuropathie

Het Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG) schat dat ongeveer 50% van de mensen met diabetes, last krijgt van neuropathie (bron: NHG Standaard Diabetes Mellitus Type 2).

In de richtlijn polyneuropathie van de Nederlandse Vereniging voor Neurologie) wordt een aantal tussen de 40.000 en 100.000 mensen genoemd – 40% van de mensen met perifere neuropathie blijkt diabetes te hebben.

Aangenomen mag worden dat de percentages voor België min of meer gelijk zijn aan die van Nederland.

 

2. Ziektebeeld en klachten

2.1. Ziektebeeld

Perifere neuropathie is de meest voorkomende vorm van diabetische neuropathie. Perifeer wil zeggen: op grotere afstand (perifeer) van het ruggenmerg gelegen. De zenuwvezels die het verst verwijderd liggen van de hersenen en het ruggenmerg raken dus het eerst beschadigd.

Bij diabetische perifere neuropathie raken vooral de uitlopers van de zenuwcellen (de ‘axonen’) beschadigd. Daarnaast treedt vermoedelijk ook schade op in de myelineschede. Dat is het beschermende laagje rondom de perifere zenuwen.  Meestal zijn bij diabetische perifere neuropathie zowel de sensorische als de motorische zenuwen aangedaan. De sensorische zenuwen hebben te maken met het gevoel. En motorische zenuwen zorgen voor de beweging.

Als ook zenuwschade optreedt aan de autonome zenuwen, wordt dit autonome neuropathie genoemd. Autonoom wil zeggen dat het gaat om lichamelijke processen die als het ware vanzelf gaan. Je hoeft er niet bij na te denken. Voorbeelden zijn transpireren en de hartslag.

2.2. Klachten

Vaak krijgen mensen pas klachten als de zenuwen al flink zijn aangetast. De symptomen beginnen meestal in de voeten en breiden zich in een later stadium uit tot de onderbenen (en soms ook: bovenbenen en handen).

Normaal gesproken zijn de klachten in beide lichaamshelften min of meer hetzelfde. Omdat de zenuwen in beide ledematen meestal in gelijke mate zijn aangedaan, wordt perifere neuropathie ook wel polyneuropathie genoemd. Dat wil zeggen dat meerdere (‘poly’) zenuwen zijn beschadigd.

Gelukkig verloopt diabetische neuropathie normaal gesproken zeer geleidelijk. En er zijn maar weinig mensen die alle klachten in ernstige mate hebben.

Perifere neuropathie kan, behalve tot gevoelsstoornissen en pijn, ook leiden tot motorische stoornissen (problemen met bewegen).  Ook kunnen op enig moment beschadigingen aan de autonome zenuwvezels ontstaan.

Gevoelstoornissen en pijn

Het verminderde gevoel (alsof de huid is verdoofd), treedt meestal op in de voeten en onderbenen. Dit komt doordat schade aan de sensorische zenuwen. In een later stadium kan ook het gevoel in de handen verminderen. Dit merk je bijvoorbeeld doordat je niet meer kunt voelen hoe heet iets is. Of doordat je vaak iets uit je handen laat vallen.

Doordat het gevoel in de voeten vermindert, kunnen blaren en schrammen makkelijk over het hoofd worden gezien. Infectie ligt dan al snel op de loer. Is een wond eenmaal ontstoken, dan wordt deze ook wel een ‘ulcus’ of ‘voetzweer’ genoemd. De genezing van zo’n ontstoken wond, verloopt meestal moeizaam.

Pijnklachten komen eveneens voor bij perifere neuropathie. Patiënten noemen met name: prikkelingen; tintelingen; overgevoeligheid voor aanraking en een brandend pijn. Deze pijnklachten beginnen meestal in de voeten en breiden zich gaandeweg soms uit tot de onderbenen. In een later stadium ervaren sommige mensen ook pijn in hun handen en armen.

Het verminderde gevoel en de pijnklachten treden meestal gelijktijdig op. Gevoelloosheid en pijn lijken tegenstrijdig te zijn aan elkaar. Toch is dit niet zo. Hoe dit zit lees je op de pagina over de symptomen van perifere neuropathie. Gevoelloosheid en pijn wijzen op schade aan de sensorische zenuwen. Deze zijn verantwoordelijk voor het gevoel.

Motorische stoornissen

Mensen met neuropathie kunnen last krijgen van een afnemende balans (met name met gesloten ogen). Het wordt dan moeilijker je evenwicht te bewaren, vooral in het donker. Dit is eveneens een signaal dat de sensorische zenuwen zijn beschadigd. Daarnaast kan diabetische neuropathie ook de motorische zenuwen beschadigen.

Ook voor schade aan de motorische zenuwen geldt dat deze meestal begint in de voeten en onderbenen. Langzaam neemt de spierkracht af, al leidt dit slechts zelden tot verlamming. Als de bewegingszenuwen beschadigd zijn krijgen mensen bijvoorbeeld moeite met traplopen. Ook kan het lastiger worden om uit zittende positie overeind komen. Zijn de zenuwen in de handen aangedaan dan krijgen patiënten moeite met het openen van flessen of het omdraaien van de sleutel in het sleutelgat.

Schade aan de motorische zenuwen zorgt ervoor dat de tastzin en positie-zin zwakker worden. Sommige mensen krijgen daardoor last van ‘sensorische ataxie’. Dat wil zeggen dat men onzekerder gaat lopen. De tred ziet er dan onhandig en ‘klungelig’ uit. Ook de fijne motoriek in de handen kan wat verminderen. Het coördineren van kleine bewegingen wordt daardoor lastiger en soms krijgen mensen last van zogenaamde tremoren (trillende handen). De handcoördinatie kan wat aangedaan raken (voornamelijk de fijne motoriek). Soms krijgen mensen ook last van trillende handen (‘tremoren’).

Autonome stoornissen

Als de autonome zenuwen zijn aangetast, krijgen veel mensen last van een droge huid en gezwollen aderen op de voorvoeten. En die gezwollen aderen zorgen er op hun beurt weer voor dat je meer risico loopt op wondjes. Als je die over het hoofd ziet, of niet behandeld, kunnen makkelijk infecties ontstaan met alle gevolgen van dien. Meer over autonome neuropathie lees je hieronder.

Veel meer informatie over de symptomen van perifere neuropathie is te vinden op de pagina over symptomen van perifere neuropathie.

 

3. Autonome neuropathie

Autonome zenuwcellen zijn betrokken zijn bij het hart en bloedvaten; de spijsvertering, transpiratie en de geslachtsdelen.

Autonome neuropathie komt bij mensen met diabetes geregeld voor. En vrijwel altijd in combinatie met sensorische of motorische problemen. Gelukkig ondervinden veel mensen weinig last van autonome neuropathie.

3.1. Klachten en symptomen

 

Klachten die kunnen optreden bij autonome neuropathie:Autonome neuropathie diabetes

  1. chronisch last van diarree, obstipatie of een combinatie daarvan;
  2. onvoldoende eetlust (na een paar happen alweer het gevoel hebben een hele maaltijd te hebben verorberd);
  3. misselijkheid na het eten (anders dan door voedsel dat een dag of wat te lang in de ijskast heeft gestaan);
  4. andere aanhoudende maag- en darmproblemen;
  5. gewichtsverlies, anders dan door een dieet of sporten/meer bewegen;
  6. overmatig zweten en/of opvallend slecht tegen warmte kunnen (optredend bij lichamelijke activiteit);
  7. problemen met slikken;
  8. abnormale hartslag; hoge bloeddruk of duizeligheid bij rechtop staan vanuit liggende of zittende positie;
  9. kortademigheid;
  10. moeite met plassen;
  11. erectiestoornissen of een droge vagina;
  12. ongewenst urineverlies of het gevoel hebben niet te kunnen ‘uitplassen’;
  13. een kleine pupil (de ene pupil is beduidend kleiner dan de andere pupil).

 

Ook nierfalen en uitdroging kunnen het gevolg zijn van autonome neuropathie. Incontinentie of seksuele problemen leiden bovendien geregeld tot psychologische problemen.

Mensen met autonome neuropathie moeten extra alert zijn op voorbodes van een hartinfarct. Autonome neuropathie kan een naderend hartinfarct namelijk maskeren. Let dus extra goed op signalen als: plotselinge vermoeidheid; kortademigheid, misselijkheid en braken.

3.2. Oorzaken en diagnose

Diabetes en alcoholmisbruik staan bekend als belangrijke oorzaken van autonome neuropathie. Het risico hierop wordt verder vergroot door:

  1. leeftijd: diabetici lopen meer risico op het ontwikkelen van autonome neuropathie naarmate ze ouder zijn;
  2. hoge bloeddruk;
  3. een te hoog cholesterolgehalte;
  4. overgewicht.

De klachten die passen bij autonome neuropathie, kunnen natuurlijk ook een andere oorzaak hebben. Om de diagnose autonome neuropathie te stellen is dan ook specifiek onderzoek nodig. Met name de hartslag en zweetproductie moeten worden onderzocht. De diagnose moet daarom altijd worden gesteld door een medisch specialist (neuroloog).

3.3. Behandeling en prognose

Herstel van neurologische schade is meestal niet goed mogelijk. Dit betekent dat je er als patiënt ‘mee moet leren leven’.

Genezing van autonome neuropathie is niet mogelijk. Wel kan je behandelaar je bijvoorbeeld aanraden om:

  1. een dieet te volgen;
  2. elastische steunkousen te dragen;
  3. een middel te gebruiken om de vochtbalans in je lichaam te herstellen;
  4. hulpmiddelen/medicijnen te gebruiken bij incontinentie;
  5. medicatie te gebruiken tegen hartritmestoornissen;
  6. een pacemaker te laten implanteren;
  7. middelen te gebruiken ter bevordering van een goede spijsvertering.

De prognose van autonome neuropathie hangt af van de mate waarin de oorzaak kan worden aangepakt. Stabiele glucosewaarden zijn voor mensen met diabetes dus essentieel. Verder is het belangrijk om hoge bloeddruk, overgewicht en een te hoog cholesterolgehalte te vermijden. Op die manier kun je (zoveel mogelijk) voorkomen dat de klachten verergeren.

Een zeldzame acute complicatie van diabetes is cachexie. Patiënten vallen in korte tijd onbedoeld extreem veel af hetgeen gepaard gaat met ernstige zenuwpijn in de ledematen en de romp. De kracht in de spieren blijkt over het algemeen op orde. Herstel is mogelijk, maar lang niet altijd volledig.

 

4. Oorzaken

Vrije radicalen neuropathie

Vrije radicalen dringen gezonde cellen binnen.

Diabetes geeft verhoogd risico op perifere neuropathie. En dit geldt nog sterker voor mensen die er niet in slagen om hun diabetes onder controle te krijgen. Daarvoor zijn vier belangrijke redenen:

  1. Minder goede bloedsomloop;
  2. Vrije radicalen;
  3. Glycatie;
  4. Vitaminetekorten.

1. Minder goede bloedsomloop

Diabetes leidt soms tot schade aan de bloedvaten. De bloedvaten raken dan vernauwd en kunnen de zenuwen niet langer van voldoende zuurstof voorzien. Hierdoor kan perifere neuropathie ontstaan.

2. Vrije radicalen

Onze stofwisseling laat sporen na in ons lichaam. Deze sporen (moleculen) worden ‘vrije radicalen’ genoemd. Vrije radicalen kunnen gezonde moleculen beschadigen en er voor zorgen dat deze gezonde moleculen ook weer veranderen in vrije radicalen. Op de afbeelding hiernaast zie je een voorbeeld van vrije radicalen die gezonde cellen binnendringen.

Veel vrije radicalen krijgen uiteindelijk de kans om de bloedvaatjes te beschadigen die de zenuwcellen van zuurstof voorzien. De zenuwcellen krijgen daardoor onvoldoende zuurstof met als gevolg: neuropathie.

Gezonde mensen worden tegen vrije radicalen beschermd door zogenaamde anti-oxydanten. Bij mensen met diabetes is deze verdedigingslinie verzwakt. Bovendien maken mensen met diabetes veel meer vrije radicalen aan dan gezonde mensen.

Bij hoge bloedsuikerwaarden raakt de zenuwcel dan ook snel verzadigd met glucose. Vervolgens wordt de glucose omgezet in sorbitol dat zich gaat ophopen. De zenuwcellen gaan hierdoor slechter functioneren.

3. Glycatie

Glucose bindt zich aan bepaald eiwitten (proteïnen). Deze raken daardoor onherstelbaar beschadigd – een proces dat glycatie wordt genoemd. De beschadigde eiwitten zorgen op hun beurt voor schade in de zenuwcellen met als gevolg: perifere neuropathie.

4. Vitaminetekorten

Bloedglucoseverlagende middelen als metformine kunnen op den duur bepaalde vitaminetekorten veroorzaken (met name: B1, B6, B12, D). Bovendien vermoedt men dat diabetes kan ontstaan door een tekort aan vitamine D. Het kan soms dus zinvol zijn om een voedingssupplement te slikken. Maar bespreek dit altijd eerst met je behandelend arts. En houd voor ogen dat gezond en gevarieerd eten de manier bij uitstek is om voldoende vitaminen binnen te krijgen.

Bijzonder is dat perifere neuropathie bij mensen met diabetes-1 pas na een groot aantal jaren ontstaat. Diabetes mellitus 2 kan al in een veel eerder stadium perifere neuropathie veroorzaken – soms al meteen bij aanvang van de diabetes.

 

5. Ulcera: ontstoken wonden aan voet en onderbeenwond diabetes neuropathie

Mensen met diabetische neuropathie kunnen te maken krijgen met zogenaamde ‘diabetische voetulcera’. Ulcera (het meervoud van ulcus) zijn beschadigingen van de huid die uitgroeien tot een ‘open wond’. Infecties liggen dan al snel op de loer.

Diabetes en ulcera

Er zijn verschillende redenen waarom juist mensen met diabetische perifere neuropathie sneller dan anderen een ulcus kunnen krijgen:

  1. Doordat de sensorisch zenuwen niet goed meer werken, vermindert het gevoel in de voeten en onderbenen. Hierdoor worden wondjes soms niet opgemerkt of veronachtzaamd;
  2. Diabetes leidt tot vernauwing van de kleine bloedvaten die de zenuwen van zuurstof moeten voorzien. Daardoor vermindert de doorbloeding van de huid. En dat belemmert dan weer de genezing van wondjes;
  3.  Sommige mensen met diabetische neuropathie hebben last van vergroeide voeten. Daardoor ontstaan al snel eelt en likdoorns waardoor de kans op infecties toeneemt.

Mannen van middelbare of hogere leeftijd zijn extra vatbaar voor de ontwikkeling van een voet ulcus. Overgewicht, eerdere ulcera en onvermogen om de eigen voeten dagelijks te inspecteren op kloven en wondjes, geven eveneens verhoogd risico op een (nieuwe) ulcus. Nog een andere risicofactor is overgewicht. Extra kilo’s gaan nogal eens gepaard met vaatziekten en zorgen bovendien voor extra belasting van de voeten.

Preventie van ulcera

Voetverzorging kan voor diabetici een kwestie van leven of dood zijn. Verwaarloosde infecties kunnen leiden tot amputaties en in zeldzame gevallen tot de dood. Diabetici met perifere neuropathie, moeten daarom dagelijks hun voeten controleren op wondjes. Ook is het raadzaam om minimaal eens in de zes weken een pedicure of podoloog – deskundig op het gebied van neuropathische voeten – te bezoeken.

Verzorg je voeten wekelijks met een voetbad en vochtinbrengende crème. Zo voorkom je kloven en eelt. Behandel zwemmerseczeem met een schimmeldodend middel. Zorg altijd voor goed passend schoeisel en bezoek een revalidatiearts als orthopedische schoenen nodig zijn.

Behandeling van ulcera

Ga onmiddellijk naar je arts als je een ontsteking of zweertje hebt. En liever nog: bezoek een arts voordat een wondje daadwerkelijk geïnfecteerd raakt.

Ulcera kunnen op verschillende manieren worden behandeld. Altijd zal het erom gaan om de wond te desinfecteren. Een infectie kan de kop worden ingedrukt met antibiotica (oraal of intraveneus), maar soms moet een geïnfecteerde wond chirurgisch worden ‘schoongemaakt’.  Om genezing te bevorderen, kan de voet in het gips worden gezet om wrijving of druk uit te sluiten. In ernstige gevallen kan een bypass noodzakelijk zijn om voldoende toevoer van bloed naar de voet te garanderen. Genezing van een diabetische ulcus kan maanden duren. Maar liever dat, dan aantasting van omliggend weefsel of onderliggend botweefsel.

Meer weten? Neem dan een kijkje op deze pagina over de behandeling van ulcera bij perifere neuropathie.

 

6. Behandelingdiabetische neuropathie glucose

Diabetische neuropathie is moeilijk behandelbaar. Des te belangrijker is het dan ook om zo mogelijk verdere zenuwschade zoveel mogelijk te beperken.

Een stabiele bloedsuikerspiegel is zonder twijfel de effectiefste behandeling van diabetische neuropathie. Toch komt neuropathie ook veel voor bij mensen die goed zijn ‘ingesteld’. Maar liefst 50% van de mensen die langer dan 15 jaar diabetes hebben, heeft last van perifere neuropathie.

Overgewicht is voor mensen met diabetes een extra risicofactor om perifere neuropathie te krijgen. Hetzelfde geldt voor roken; een te hoog cholesterolgehalte en hoge bloeddruk.  alcoholgebruik te minimaliseren en in voldoende mate te sporten en te bewegen.

6.1. Goede schoenen en het juiste behandelcentrum

Goede schoenen en dagelijkse inspectie en verzorging van je voeten, zijn essentieel om ontstoken wondjes aan de voeten te voorkomen. Bij slecht genezende of ontstoken wondjes is verzorging door een in de behandeling van wonden gespecialiseerde verpleegkundige.

Perifere neuropathie is doorgaans chronisch en (mild) progressief. Dit betekent dat de klachten erger kunnen worden en niet overgaan. Blijf dus niet zelf doormodderen, maar laat je verwijzen naar een gespecialiseerd behandelcentrum. Neurologisch onderzoek is essentieel om zenuwschade nauwkeurig vast te stellen. Veel artsen zijn niet of onvoldoende op de hoogte van diabetische neuropathie. Behandeling door een neuroloog verdient daarom de voorkeur.

6.2. De richtlijn voor diabetische neuropathie:

6.2.1. Algemeen

  1. Voetzorg; voetzorg en nog eens voetzorg. Voorkomen van wondjes en het meteen verzorgen van blaren en andere huidbeschadigingen, voorkomt veel ellende;
  2. Zeer regelmatige en goede glycemiecontrole is essentieel, evenals adequaat reageren op afwijkingen. In het bijzonder bij mild progressieve diabetische neuropathie, kan te veel – of een tekort aan-  bloedsuiker, de zenuwen verder beschadigen. Dit betekent voor de meeste mensen bij hypoglycemie (‘hypo’: bloedsuiker te laag) zo snel mogelijk vier of vijf druivensuiker nemen of koolhydraten eten. Is er te veel bloedsuiker in het bloed dan spreken we van een hyper. Deze ontstaat meestal geleidelijk, terwijl een hypo juist plotseling optreedt. Heb je last van een hyper? Drink dan in ieder geval voldoende om uitdroging te voorkomen. Tijdig ingrijpen bij hypo’s en hypers voorkomt verdere schade. Zie voor meer informatie hierover de uitstekende website van de Vlaamse Diabetes Vereniging;

6.2.2. Medicatie

6.2.2.1. Middelen tegen depressie

Paracetamol, aspirine en andere ‘eenvoudige pijnstillers’ zijn zelden werkzaam zijn tegen pijn door zenuwschade. Daarom wordt vaak gekozen voor medicijnen die specifiek gericht zijn op het zenuwstelsel.

Eerste keus bij diabetische neuropathie is het antidepressivum duloxetine. Als je dit krijgt voorgeschreven, wil dat niet zeggen dat je depressief bent. Het is gewoon een medicijn dat helpt tegen zowel depressies als tegen zenuwpijn. Meestal wordt gestart met een medicijn uit het rijtje ‘tricyclische antidepressiva’ – a dan dan niet gecombineerd met een middel tegen epilepsie.

Hoewel niet officieel geregistreerd als middel tegen neuropathische pijn, is het tricyclische antidepressivum amitriptyline geregeld effectief. Meestal wordt een dosering voorgeschreven van 25 – 100 mg per dag. Verder slaat duloxetine bij sommige mensen goed aan. Dit is ook een antidepressivum, maar dan een zogenaamde SNRI ‘serotonine en noradrenaline heropname remmer’.

Meer weten? Lees dan ook eens dit artikel over effectieve pijnbestrijding bij diabetische neuropathie op het neuroblog.

6.2.2.2. Middelen tegen epilepsie

Pregabaline of gabapentine zijn middelen tegen epilepsie die ‘toevallig’ ook goed kunnen helpen tegen zenuwpijn. Deze medicijnen kunnen ook worden gebruikt als aanvulling op bijvoorbeeld amitriptyline. Meestal worden deze medicijnen word goed verdragen

In een wetenschappelijke evaluatie uit 2011 komt gabapentine uit de bus als bewezen effectief bij diabetische perifere neuropathie. Overigens komt uit weer een andere studie uit 2011 naar voren dat gabapentine en amitriptyline ongeveer even effectief zijn.

De ene patiënt zal meer geholpen zijn met een antidepressivum; een ander met gabapentine. En soms wordt resultaat bereikt als beide medicijnen worden gecombineerd.

6.2.2.3. Opiaten

Indien voorgaande middelen onvoldoende effect sorteren, kunnen opiaten/opioïden als buprenorfine, morfine, tramadol of methadon helpen. Veel behandelaren en patiënten zien opiaten als laatste redmiddel. Het is de vraag of dit altijd terecht is – je kunt ook té terughoudend zijn als het gaat om pijnbestrijding.

6.2.2.4. Pleisters

Sommige patiënten zijn gebaat bij pleisters met capsaïcine of lidocaïne. Vooral bij afgebakende pijn kunnen pleisters goed werken. Ook mensen die te veel bijwerkingen ervaren van medicijnen zouden pleisters eens kunnen overwegen. Capsaïcine behandeling kan dus helpen bij diabetische neuropathie.

Ook is er enig bewijs van werkzaamheid voor capsaïcine bij hiv-neuropathie, aldus het farmacotherapeutisch kompas.

Helaas worden de bijwerkingen van de pleisters soms slecht verdragen. Allereerst omdat de behandeling zelf pijnlijk kan zijn. En ten tweede ervaren patiënten soms een brandende pijn zodra de huid in contact komt met koud of heet water.

Voor sommige mensen is dit middel dan ook erger dan de kwaal. Maar daar staat tegenover dat de behandeling kan leiden tot langdurige (drie tot vier maanden) vermindering van pijnklachten

6.2.3. Neurostimulatie

  • Ruggenmergstimulatie is effectief voor mensen met diabetische neuropathie, zo is uit (Nederlands) onderzoek naar diabetisch neuropathische pijn gebleken. Bij ruggenmergstimulatie wordt een elektrode in de rug geplaatst die elektrische stroompjes afgeven. Deze zorgen ervoor dat minder zenuwprikkels de hersenen bereiken. Als gevolg daarvan ervaren patiënten minder pijn. Meer details over ruggenmergstimulatie staan op de pagina over neurostimulatie;
  • Ook FREMS lijkt effectief te zijn tegen zenuwpijn bij mensen met diabetische perifere neuropathie. Gedurende tien behandelingen worden elektroden op de benen geplaatst. Deze geven elektrische impulsen af waardoor de microcirculatie (de bloeddoorstroming in de kleinste haarvaatjes) verbetert. De verbeterde bloedsomloop in de dunste adertjes, leidt ertoe dat de zenuwen weer beter gaan functioneren;
  • Meer informatie over FREMS en neurostimulatie vind je op de pagina over neurostimulatie;
  • Lees vooral ook dit artikel over ruggenmergstimulatie bij mensen met pijnlijke diabetische neuropathie.;
  • Meer weten over nieuwe vormen van ruggenmergstimulatie? In dit artikel lees je meer over HF10 en Burst-stimulatie.

Zoals vaak, gaat het ook hier om maatwerk. Wat voor de ene patiënt met diabetische neuropathie een uitstekende behandeling blijkt, kan voor iemand anders geen enkel effect hebben. In die zin is het een kwestie van uitproberen (‘trial and error’). Bovenal is het belangrijk dat je behandelaar voldoende kennis heeft van diabetische neuropathie.

6.3. Meer weten over de behandeling van diabetische neuropathie?

Veel informatie vind je op de pagina’s over de behandeling van neuropathische (pijn)klachten. Daar vind je bijvoorbeeld een aparte pagina over medicijnen tegen zenuwpijn. Op het neuroblog bevindt zich bovendien een specifieke blogcategorie over diabetische neuropathie. Ook vind je er meer artikelen over behandeling van perifere neuropathie.

Uitgebreide  informatie over behandelingen met medicijnen vind je op de pagina over pijnmedicatie eind je op de eerder genoemde pagina over pagina over pijnmedicatie.

Tot slot: kijk ook eens naar dit artikel over lopend onderzoek naar gecombineerde behandelingen.

Reacties zijn gesloten.