Wat is perifere neuropathie?

Wat is perifere neuropathie?

Op deze pagina vind je een overzicht van bijna alles wat met perifere neuropathie te maken heeft. Deze pagina staat vol met verwijzingen. Zo kun je snel doorklikken naar informatie die voor jou belangrijk is.

 

  1. Aandoening;
  2. Verschillende typen;
  3. Behandeling van neuropathie;

 

 

1. Aandoening

Wat is perifere neuropathie

 

 

1.1. Over perifere neuropathie

Perifere neuropathie is een neurologische ziekte. Perifere neuropathie wil zeggen dat de zenuwen buiten de hersenen en het ruggenmerg zijn aangetast. Perifeer betekent: aan de rand gelegen. Bij de meeste mensen tast perifere neuropathie vooral de zenuwen in de armen en benen aan. Je leest er veel meer over in algemene informatie over neuropathie.

Op dezelfde pagina staat ook beschreven hoe de ziekte leidt tot gevoelsstoornissen. Doordat sommige zenuwen niet goed meer werken, kun je last krijgen van zenuwpijn of een verdoofd gevoel. Deze klachten beginnen meestal in de voeten. In een later stadium kan krachtverlies voorkomen. Lopen wordt dan moeilijker.

Hoe vaak perifere neuropathie voorkomt, wordt beschreven in het stuk over prevalentie. Een moeilijk woord voor het aantal mensen in een groep dat een ziekte heeft. Ook wordt ingegaan op het nieuwe gevallen per jaar.

In meer over het zenuwstelsel lees je hoe onze zenuwen werken. Wat doen zenuwen en waarom zijn ze zo belangrijk.  Wat hebben ze te maken met onze spieren? En wat is het verschil tussen ons centrale zenuwstelsel en de perifere zenuwen?

 

1.2. Diagnostiek van perifere neuropathie

Meestal gaan aan de diagnose neuropathie de nodige onderzoeken vooraf. Met neurologische klachten word je verwezen naar een neuroloog. Dat is een medisch specialist die veel weet van zenuwen en spieren.

Meestal start de neuroloog (of arts-assistent) met het afnemen van een anamnese. Dat wil zeggen dat hij samen met jou allerlei vragen doorneemt. Natuurlijk komen je klachten dan uitvoerig ter sprake.

Daarna volgt een lichamelijk onderzoek. Een neuroloog zal dan meestal je neurologische reflexen willen testen. Denk maar aan het hamertje waarmee zacht tegen je knie wordt getikt. Bij gezonde mensen wipt het been dan wat omhoog. Bij zenuwschade kan deze reflex afwezig zijn.

Elektrodiagnostiek

Heb je misschien een neurologische ziekte? Vaak wordt dan Elektrodiagnostiek ingezet. Dit klinkt enger dan het is. Er wordt onderzoek mee bedoeld dat meet hoe goed je zenuwen (nog)werken. En hoe de samenwerking tussen de zenuwen en spieren verloopt. Elektrodiagnostiek doet geen pijn. De meeste mensen ervaren het hooguit als gevoelig.

Biopsie

Soms zal ook een biopt (een ‘hapje’) worden genomen. Er wordt dan een zeer klein stukje zenuw (of soms: huid) uitgenomen. Het gebied wordt eerst met een prik verdoofd. Daarna voel je niets meer van het onderzoek. Voor een biopsie meld je je bij de polikliniek. En na het onderzoek mag je gewoon weer naar huis. Napijn hebben de meeste mensen niet. En zo wel, dan doet een paracetamol wonderen.

Het biopt wordt opgestuurd naar het laboratorium. Meestal duurt het een paar weken voordat de uitslag binnen is.

Adviesgesprek

Soms wordt ook een MRI- of CT-scan gemaakt. En in sommige gevallen wordt aangeraden je DNA te laten testen. Wil je hier meer van weten? Je leest er alles over in het stuk overige diagnostiek.

Uiteindelijk zal je neuroloog je uitnodigen voor een adviesgesprek. Dat is het moment waarop de uitslagen met jou worden besproken. Je hoort dan of je een (neurologische) ziekte hebt. En zo ja, welke behandelingen mogelijk zijn.

 

1.3. Symptomen van perifere neuropathie

Op de pagina over symptomen van neuropathie vind je uitleg over sensorische neuropathie. De sensorische zenuwen zorgen voor de overdracht van pijnprikkels en het gevoel. Bij mensen met perifere neuropathie werken de sensorische zenuwen vaak niet goed meer. Dat kan dat leiden tot pijn en stoornissen in het gevoel. Ook kan het voorkomen dat je pijn hebt op plaatsen die tegelijkertijd gevoelloos zijn. Dan zijn zowel de dikke als dunne zenuwvezels aangetast.

Perifere motorische neuropathie leidt tot problemen met het bewegen. De motorische zenuwen sturen namelijk de spieren aan. Als deze zenuwen het niet goed meer doen, kan lopen moeilijker worden en ontstaan problemen met de fijne motoriek.

Normaal gesproken beperkt perifere neuropathie zich tot de voeten; handen; onderbenen – en armen. Maar zeker bij diabetische neuropathie (en trouwens ook bij DVN) kunnen zogenaamde autonone klachten optreden. Patiënten kunnen ook te maken krijgen met een Charcotvoet of voetwonden. Over dit alles lees je meer op het stuk over autonome neuropathie.

 

2. Perifere neuropathie – verschillende typen

 

2.1 Diabetische neuropathie

Op de pagina over diverse typen neuropathie worden verschillende vormen van perifere neuropathie besproken. In de eerste plaats is op deze website ruimte gemaakt voor  diabetische neuropathie.

Perifere neuropathie door diabetes komt veel voor. En naar verwachting zal het aantal mensen met diabetische neuropathie alleen maar verder toenemen. Niet alleen worden we met elkaar steeds ouder. Ook krijgen steeds meer mensen diabetes-2.

Naast informatie over het algemene ziektebeeld en klachten ,  vind je ook uitleg over autonome neuropathie. Want hoewel autonome klachten op zich niet bij perifere neuropathie passen, krijgt een aantal mensen met diabetes (en dunnevezel-neuropathie) hiermee toch te maken.

Er zijn meer redenen waarom mensen met diabetes risico lopen op perifere neuropathie. Wil je daar meer over weten? Klik dan op oorzaken van diabetische neuropathie. Op de pagina over diabetische neuropathie wordt tevens ingegaan op de hierboven genoemde voetwonden (ulcera). En vanzelfsprekend wordt dieper ingegaan op de behandeling van (pijnlijke) diabetische neuropathie.

Tot slot: meer informatie over diabetes vind je op de uitstekende pagina van DIEP .

 

2.2. Erfelijke neuropathie: HMSN/CMT

HMSN / CMT is een verzamelnaam voor een aantal erfelijke varianten van perifere neuropathie. HMSN staat voor Hereditaire Sensorische Motorische Neuropathie. Naar schatting lijden zo’n tien op de honderdduizend mensen in ons land aan deze ziekte. In het buitenland wordt eigenlijk altijd gesproken over CMT – een afkorting van Charcot-Marie-Tooth. Deze drie artsen hebben als eerste de symptomen beschreven. Ook in ons land wordt meestal CMT gebruikt als het over deze neurologische aandoening gaat.

De verschillende vormen van CMT (HMSN) tasten ieder op hun eigen manier de zenuwen aan. Daarbij gaat het zowel over de sensorische als motorische zenuwen. Bij CMT -2 raken met name de axonen beschadigd. Dat zijn de uitlopers van de zenuwcellen. En bij CMT-1 brokkelt de myelineschede af. Dat is het isolerende laagje dat deze uitlopers beschermt.

CMT lijdt tot stoornissen in het gevoel en tot moeilijkheden met lopen en de fijne motoriek. Veel mensen ervaren tot hun veertigste levensjaar lichte achteruitgang, waarna de ziekte min of meer tot stilstand komt. De X-gebonden verloopt sneller en kent een slechtere prognose.

Ook al is CMT niet te genezen, wel kan een aantal symptomen worden behandeld. De behandeling kan bijvoorbeeld bestaan uit het aanmeten van orthopedische schoenen. Ook kan de stand van de voeten soms operatief worden verbeterd.

 

2.3. Alcoholische neuropathie

Het vóórkomen van zenuwschade door alcohol wordt geschat op zo’n tien procent van de alcoholverslaafden. Zo’n 50000 tot 70000 mensen kampen met alcoholische neuropathie.

Het verloop van alcoholische neuropathie hangt in sterke mate samen met het alcoholgebruik. Slagen mensen erin te stoppen met drinken, dan kunnen de klachten van alcoholische neuropathie verminderen of verdwijnen. Deze symptomen zijn vooral sensorisch. Dit wil zeggen dat pijn en gevoelsstoornissen vaak op de voorgrond staan.

Naast schade aan de sensorische zenuwen, komen ook autonome klachten voor. Lees er meer over bij autonome neuropathie.

Het zal je niet verbazen; de beste behandeling van alcoholische neuropathie, is stoppen met drinken. Maar hoe wenselijk ook, dat lukt lang niet alle verslaafden. In die gevallen is het bestrijden van de klachten belangrijk. Orthopedisch schoeisel helpt bij het lopen en om wonden te voorkomen.

 

2.4. Hiv neuropathie.

Ongeveer 22000 mensen in ons land hebben hiv. En wereldwijd zijn bijna 37 miljoen mensen geïnfecteerd. Neuropathie komt bij hiv vaak voor.

De meeste klachten door hiv-neuropathie doen zich (het eerst) voor in de tenen. Een brandende, of stekende pijn en gevoelloosheid zijn meestal de eerste klachten. Om de diagnose hiv-neuropathie te stellen, moet ook sprake zijn van een afwezige/verminderde reflex van de achillespees en/of verminderd gevoel in de grote tenen.

Er zijn verschillende oorzaken van hiv-neuropathie. Allereerst kan neuropathie worden veroorzaakt door het hiv-virus zelf. Ook bepaalde hiv-gerelateerde infecties kunnen perifere neuropathie veroorzaken. Deze zogenaamde ‘opportunistische’ infecties’ zien we in Nederland steeds minder. Dat komt doordat veel mensen zich geregeld laten testen op hiv. Daardoor kunnen ze op tijd starten met hiv-remmers. Verdere schade aan het lichaam wordt zo (grotendeels of helemaal) voorkomen.

Een andere oorzaak is de giftigheid van de eerste generaties hiv-remmers. Het geluk is dat deze medicijnen levensreddend waren. Maar bijwerkingen als perifere neuropathie, waren aan de orde van de dag. Vandaag de dag geven de meeste hiv-medicijnen tegenwoordig veel minder of geen bijwerkingen.
Een laatste verklaring is dat het immuunsysteem van mensen met hiv overactief blijft. Zelfs bij mensen die succesvol voor hun hiv worden behandeld. Hierdoor zouden de perifere zenuwen schade op kunnen lopen.

Behandeling van hiv-neuropathie is lastig, maar gelukkig zijn er wel degelijk medicijnen die de pijn kunnen verlichten.

 

2.5. CIAP

Samen met diabetische neuropathie, is CIAP één van de meest voorkomende vormen van perifere neuropathie. Voluit heet deze aandoening chronische idiopathische axonale neuropathie. Idiopathisch wil zeggen dat de oorzaak onbekend is. En axonaal betekent niets meer of minder dan dat de ziekte zich richt op de uitlopers van de zenuwcellen.

CIAP komt met name voor bij ouderen (mensen boven de 55 jaar). En oorzaak onbekend of niet, langzaam maar zeker wordt toch meer bekend over oorzaken van CIAP. Vermoed wordt bijvoorbeeld dat veranderingen in de stofwisseling CIAP in de hand kunnen werken.

Gevoelsstoornissen en krachtverlies zijn belangrijke symptomen van CIAP. Het verloop van CIAP is gunstig in die zin dat de ziekte soms jarenlang stil kan staan. En over het algemeen merken mensen met CIAP dat de achteruitgang traag verloopt.

Rolstoelafhankelijkheid is normaal gesproken dus niet aan de orde. Behandeling van CIAP komt neer op het verlichten van eventuele pijnklachten. Ook orthopedische schoenen kunnen helpen.

 

2.6. Dunnevezel-neuropathie (DVN)

Bij DVN zijn de dunne zenuwvezels aangetast die zich vlak onder de huid bevinden. Daarnaast kan ook het autonome zenuwstelsel beschadigd raken door DVN. Hierdoor kunnen de klachten door DVN van patiënt tot patiënt sterk verschillen.

Symptomen van dunnevezel-neuropathie (DVN) die veel voorkomen zijn een brandende, schietende pijn in vooral de voeten en onderbenen. En sommige mensen hebben last van soortgelijke pijn in de handen en armen. Ook hebben veel patiënten last van jeuk, bloeddrukschommelingen en seksuele problemen.

DVN wordt nog niet zo lang intensief onderzocht. Pas nu wordt steeds meer bekend over verschillende oorzaken van DVN.

Vooralsnog is DVN niet te genezen. Wel zijn er mogelijkheden om de klachten te behandelen. Behalve met pijnmedicijnen worden mensen met DVN behandeld met ruggenmergstimulatie. Ook het effect van natriumblokkers wordt onderzocht bij mensen met erfelijke dunnevezel-neuropathie.

 

3. Perifere neuropathie – behandeling

 

3.1. Pijnmedicatie en perifere neuropathie

Voor een groep patiënten is pijnmedicatie noodzakelijk. Pillen helpen soms goed tegen de pijn. Wel geven ze soms bijwerkingen. Die kunnen van persoon tot persoon verschillen. En veel mensen ondervinden in het geheel geen last van hun pillen.

Medicijnen die vaak worden voorgeschreven zijn antidepressiva  (middelen tegen depressie) en anticonvulsiva (medicijnen tegen epilepsie). Beiden kunnen goed helpen tegen zenuwpijn. Ook capsaïcine (pleisters op basis van de stof die ‘hitte’ geeft aan rode peper); opiaten (zoals morfine en methadon) en s-ketamine komen aan bod op deze pagina. Tot slot wordt kort ingegaan op combinaties van één of meer medicijnen.

De pagina over pijnmedicatie is niet compleet. Wel vind je er een overzicht van de gangbare pijnmedicijnen tegen aanhoudende zenuwpijn. Ook word aandacht geschonken aan de bijwerkingen. Meer weten over een medicijn dat niet wordt genoemd op de pagina over pijnmedicatie? Misschien vind je er wel een artikel over op het Neuroblog.

 

3.2. Neurostimulatie bij perifere neuropathie

De pagina over neurostimulatie gaat over manieren om  zenuwpijn te bestrijden door de zenuwen direct te prikkelen. Dat kan op tal van manieren. Allereerst zijn daar TENS en FREMS. Dit zijn behandelingen waarbij delen van het lichaam met (ongevaarlijke) zwakstroom worden behandeld. Net als neurofeedback  wordt hierbij niet geopereerd wordt. Anders ligt dat voor zenuwblokkades, zoals de lumbale sympathicus blokkade. Ook ruggenmergstimulatie is een operatieve ingreep waarover je meer leest op de pagina over neurostimulatie.

3.3. Perifere neuropathie en pijnmanagement

Onder pijnmanagement vallen allerlei soorten psychologische begeleiding. De manier waarop mensen denken over hun pijn, beïnvloedt namelijk de beleving van de pijn. Zo kunnen depressieve gevoelens en pijn met elkaar verweven raken. En bovendien kan chronische pijn een grote impact hebben op je leven.

Een techniek waar mensen met (pijn)klachten veel aan kunnen hebben is mindfulness.

Zeker als depressieve klachten aanhouden, kan een psychiatrische behandeling zinvol zijn. In een aantal gevallen slaan patiënten zo twee vliegen in één klap. Antidepressiva helpen soms zowel tegen de somberheid als tegen zenuwpijn.

 

3.4. Mobiliteit en perifere neuropathie

Op de pagina over mobiliteit vind je onderwerpen die te maken hebben met bewegen. Perifere neuropathie leidt soms namelijk tot problemen met lopen. En ook de fijne motoriek kan achteruitgaan. Het omdraaien van een sleutel of losmaken van een knoop kan dan lastiger worden. Ergotherapie kan dan in sommige gevallen uitkomst bieden.

Operatief ingrijpen kan tot aanzienlijke verbetering leiden als de stand van de voeten sterk veranderd is. Op de pagina over mobiliteit vind je dan ook informatie over orthopedie en chirurgie.

Sommige mensen met neuropathische klachten verbeteren door fysiotherapie. En het kan nooit kwaad je lichaam soepel te houden. Wel zijn het vaak de ‘gezonde’ spieren en lichaamsdelen die het meest van fysiotherapie profiteren.

 

3.5. Medicinale cannabis bij neuropathie

Niet voor niets heeft medicinale cannabis een eigen pagina verdiend op deze website. Allereerst zijn er aanwijzingen dat cannabis soms een alternatief kan zijn voor andere pijnmedicijnen. En daarnaast neemt de belangstelling voor medicinale cannabis almaar toe. Extra aandacht voor ‘mediwiet’ kan dus bepaald geen kwaad.

 

3.6. Alternatieve behandelingen van perifere neuropathie

Tot slot is er nog een aparte pagina over verschillende alternatieve behandelingen. De reden? Niet iedereen heeft evenveel baat bij medische behandelingen. En zeker als mensen veel pijn hebben, is het ‘verleidelijk’ om een alternatieve behandelaar te bezoeken.

Van sommige alternatieve behandelingen weten we dat ze niet werken. Een goed voorbeeld daarvan is homeopathie. Toch wordt op deze website aandacht geschonken aan homeopathie. Met name omdat veel mensen nog steeds homeopathische middelen gebruiken.

Naar verhouding veel wetenschappelijk onderzoek richt zich op acupunctuur. Maar of het werkt? Daarover zijn de meningen verdeeld. En hetzelfde geldt voor chiropraxie. Wil je meer weten over osteopathie; antroposofie en voedingssupplementen? Ook daarover vind je informatie op de pagina over alternatieve behandelingen.

Reacties zijn gesloten.